Laatste reacties

november 2009

ma di wo do vr za zo
            1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30            
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad
POËZIEPLEIN GEDICHT VAN DE MAAND TOT NU TOE:

Klein_pozieplein_gvdm_mei_juni_06_copy_1   Klein_juli_06_copy_6   Klein_aug_06   Poziepleinsept06  Klein_poezieplein_oktober_06_1 Klein_nov_06_1   Klein_december_06_1   Klein_affiche_januari_07_b_3   Klein_pozieplein_februari_2007_1  Klein_poster_maart_07_1  Klein_pozieplein_april_2007   Klein_pozieplein_mei_2007_1   Kleinpozieplein_juni_2007_1   Klein_poster_pozieplein_augustus_2007   Kl_pozieplein_september_2007_1   Kl_pozieplein_oktober_07_1  Kl_pozieplein_november_07_1  Kl_pozieplein_december_07_2_6 Kl_poezieplein_januari_2008_2  Kl_pozieplein_feb_2008_2 Kl_pozieplein_maart_08_a  Kl_pozieplein_april_08_ab  Kl_poezieplein_mei_2008_3   Kl_poezieplein_juni_juli_2008
Kl_poezieplein_augustus_2008_goed  Kl_pozieplein_september_2008  Kl_poezieplein_oktober_2008  Kl_pozieplein_nov_2008   Kl_poezieplein_december_2008   Kl_poezieplein_januari_2009  Kl_poezieplein_februari_2009_goed  Kl_poezieplein_maart_2008  Kl_poezieplein_april_2009  Kl_poezieplein_mei_2009  Kl_bew_poezieplein_juni_juli_2009  Kl_poezieplein_augustus_09_2  37_poezieplein_september_2009_kl  38_kl_poezieplein_oktober_09    

Klik op afbeeldingen.



De dichters van links naar rechts (^):

Mark Boog /Jet H.H. Crielaard / Gerrit Komrij /Olaf Risee /Gerrit Kouwenaar /Attila József /

Joke van Leeuwen / Erwin Vogelezang / Lucebert / Danny Degenaar / Tonnus Oosterhoff /

Peggy Verzett /Ilja Leonard Pfeijffer /Peter Holvoet-Hanssen /Tsead Bruinja /Philip Hoorne /

Jannah Loontjens /Astrid Lampe /Mustafa Stitou /Peter van Lier /Anne Vegter /Xavier roelens

K. Michel /F. van Dixhoorn / Herlinda Vekemans / roop / Edward van de Vendel / F. Starik /

Alain Delmotte / Han van der Vegt  / Ron Elshout / Chrétien Breukers  / Ingmar Heytze  /

Hélène Gelens  / Nachoem M. Wijnberg / Menno Wigman  / Sylvie Marie / Ted van Lieshout /




Zie voor meer info posters en dichters / kunstenaars archief
Poëzieplein

18 november 2009

Schiedams gedicht van de maand initiatief krijgt in Rotterdam navolging?

uitnodiging

voor de officiële onthulling van het eerste Gedicht van de Maand

door Bas Kwakman, directeur van Poetry International

Gedicht van de Maand is een nieuw project van Stadsdichter Jana Beranová. In 2010 zal zij iedere maand in boekhandels, bibliotheken en andere openbare gelegenheden een gedicht naar eigen keuze presenteren. Op groot formaat zullen de gedichten te zien zijn in het stadsdichterskastje in het hart van de stad.

Voor deze eerste editie heeft Jana Beranová een nieuw stadsgedicht geschreven. Daarna zal zij het woord geven aan andere dichters.

U bent van harte welkom!

Datum:       woensdag 25 november 2009

Aanvang:    16.00 uur

Plaats:        Coffee Company Eendrachtsplein 2, Rotterdam

www.stadsdichter.rotterdam.nl

Brief (75) uit Schiedam

Geachte,

Een verhaaltje graag wil ik u hier vertellen.
Een verhaaltje met de titel: Zie ginds kwam die...
Een verhaaltje nu even níet voor brave kinders.

:

De regen stortte en stortte de 14e novembermorgen 2009 en de be-
woners van het plaatsje S, toch aardsoptimisten, zagen het vandaag
te gebeuren jaarlijkse kinderfeest al verdrinken in een plaatselijke
zondvloed, ja alles al onder een verpletterende plas plenswater ver-
dwijnen ten overstaan van heel Nederland. Sintver hun stadje zou als
een afschuwelijke modderpoel ogen waarin het mooi te worden feest
op een wel heel potsierlijke manier naar een onoverkomelijke ramp
ging verdwijnen. Werkelijk, de wanhoop na al te bij waren ze, de be-
woners. Maar of de Heer Zelf Zich ermee was gaan bemoeien kwam
met het aandobberen van de pakjeskuip, uiteraard vol geblakerde,
vreemd uitgedoste knechtjes, gelukkig ook de veelgeliefde zon mee
aangezwalkt als hadden die knechtjes het ding in Spanje al aan de
railing van de kuip geknoopt om toch vooral verzekerd te zijn niet in
dat Nedernatlandje zeer ongewenste spartaans koude badbeurten te
bekomen. Het zou, zoals de bewoners van S ook al vreesden, de boel
toch onbehoorlijk verstieren. En daar hebben ze in Spanje al genoeg
mee te doen, in hun land worden die vleesbakken tijdens een vrolijk
arenaspel tot aan hun deerlijke doodje toe fors bezig gehouden zo-
dat ze veelal waarlijk geen kans krijgen fikse hoorndodende dingen
zich in het gespierde lijf te halen.

Logisch dus dat de knechten rekening gehouden hadden met een
stevig plukje verstiergedoe waarvoor ze de zon een behoorlijke re-
medie dachten. Maar ook een tweepersoons anti-bom-Piet-brigade
was een dag tevoren er al op uitgestuurd. Dit, zo mag heus in alle
kinderliefde worden aangenomen, om een aspect van het huidige
leven het kinderfeestje in te pepernoten, want het mocht de kinder-
en eens ontgaan zijn, zo'n aspect, dat wil natuurlijk even mooi niet;
jongen of meid een beetje peuter moet op een bommetje of wat zijn
voorbereid. Gelukkig, werd er heel geen bom of ander plofmateriaal
gevonden zodat het feest in koelen bloede doorgang kon vinden. Al
werd er tijdens de intocht wel nog iets van een universeel drama aan
alle luie thuisgebleven kijkertjes voorgeschoteld in de vorm van een
(ziele) Piet die, zoals een ieder die in een vreemd land tegen zijn wil
in zich moet bevinden, heimwee had en van de weeromstuit zijn oude
S-baas op een slinkse wijze middels een Schiedamse fluisterboot mee
probeerde te tronen terug naar het thuisland. Gelukkig mislukte dat,
de oude baas kwam plots toch nog uit zijn lethargie en sommeerde su-
biet de zielePiet, tegen toch wel huidig Nederlands gebruik in, rechts-
omkeer te maken zodat zijn feest in Schiedam op het laatste nipper-
tje gered werd. En dat was maar goed ook want 't plaatselijke opper-
burgerblondmeidje stond een griezelwijle toch maar mooi onder haar
voor die dag extra gepofte haren te wachten op de kindervriend, een
wachten waarbij je haar heus, ondanks dat het een idee van de regie
was, bijna wilde zien denken; waar blijft die ouwe lul nu toch, zo wordt
MIJN  hele dag verpest en dat terwijl al weken en weken al de reuzel
van de wereld me langs de burgermeestersdijen stroomt van nerveusi-
teit. Zelfs mijn dochter verbaasde zich erover in een van de plaatselijke
sufferdjes. Iets waarvan ik, uiteraard heimelijk, uit de bol ging en in
die bol maar gelijk ook het feest voor die meid schrapte dit jaar. Per
slot ben ik wel de first lady van dit stadje! Peperhaar zeg, wat denkt
men wel, zulk een antimoederspraak uit mijn nog wat naieve dochter
te lokken. En nou blijkt ook die oude lul nog eens te traag, sta ik me
hier in het oude stadhuis zowaar naar een angstaanjagende grijspruik
te wachten.

Gelukkig voor de arme first lady werd er direct na deze in haar zo gruwe-
lijk rondziedende gedachte op de deur gebonsd als een hemelse verlos-
sing.

Ze snelde er naartoe, naar de grote groene deur alwaarachter ze nu pots-
potdorie die hoofdPiet tijdens het bonzen op de deur 'Wilma!!!!!!!' hoorde
schreeuwen als was ze godverde dat stenentijdperkwijfie van die Fred Flin-
stone. Daar zou ze straks die oude baas, die maar op zich had laten wacht-
en, eens stevig over onderhouden, want het gaf toch zeker geen pas haar
op haar dag ten overstaan van heel het land zo te bejegenen. Het leek
wel of heel de wereld tegen haar opsprong op dat moment bij die deur.
Erg genoeg dus! Maar niet voldoende erg, want nu bleek ook nog, nadat
ze deur geopend had, die verdomde mijterdrager er niet te zijn. Moest ze
weer naar binnen om telefonisch dat kinderwrak op te sporen. Terwijl ze
heerlijk direct had willen schitteren buiten op het bordes van het oude
stadhuis. Die verdomde regie ook. Maar ach en voor geen enkel knip-
schaartje vervaard, ze ging er gewoon in alle handigheid nu ietwat his-
torie van haar Schiedam tussendoor frommelen. Iets waar ze bij de
ontvangst van die mijterse man op de kade bijna geen kans toe had
gekregen verdomme. Een beetje jenevermuseum en een Schiedams
molentje door het geheel heendraaien wil nu, zoals ik altijd wel ergens
doe (derde alinea)
, mooi zijn en zo kan ik toch nog mijn door de ver-
slaggever, die Jeroen, zo onfatsoenlijk afgekapte plicht als burgermeid-
se stadpromoter vervullen voor al die hemelsheerlijke camera's.  Ha, zo
gedacht zo gedaan, want nu kon ze haar televisieperformance wel even
extra laten duren al wist ze dat de directeur van het jenevermuseum en
de molenaar van een van de vijf of zes grootste molens van de wereld
geen flauw idee hadden waar die kindervriendse stafloper zich bevond.

Maar televisieknip nog aan toe, om haar zo heerlijk dik aangroeiende
burgermeidverhaal fluks in te dammen stond daar plots en veel te snel
die mijterse langjurk te paard voor haar oude stadhuis. Moest ze, als
burgermeidje, al het misgegane eigenlijk vergeten maar liep ze even
later, nadat ze een stukje modern Schiedam had gepresenteerd aan
de oude baas in de vorm van rappende kinderen (waarbij ze overigens
nauwelijks de paardman de kans gaf ernaar te luisteren), uit wraak al-
lerhartelijkst zwaaiend (zo lekker puh al de wind uit jurkmans zeilen
nemend) voor die intochter uit het zo laatste zegepraalstukje richting
het podium waarop een moderne plastic tent, als was het een hip a-
sielzoekersopvangding, was geplaatst. Waarlijk een heerlijk fiks po-
dium was het dat op het grote plein voor het nieuwe stadhuis was ge-
bouwd en waarvoor zeker half Nederland tot haar vreugde zich had ver-
zameld om haar en ook die Klaas te kunnen bewonderen. Ze genoot
daar op het verhoog, als burgermeidje, al werd ze en passant, na het
bestijgen van de podiumtrap, wel wat naar de zijkant genegeerd door
die Jeroen toen ze juist wat wilde zeggen, maar dat kon al haar pret ha
niet meer drukken. Eén grote successtorie zo kon wat haar betreft deze
S-dag bestempeld worden. Tevreden zou ze straks die dochter van haar
een flink niet-pakjes-feest kunnen gaan bezorgen, want was dat kind
nogmaals en nog steeds helemaal bedonderd! En heel de stad had het
kunnen lezen in haar plaatselijke sufferdje! Maar ach, heel het land wist
nu wel van haar mooie Schiedam. Waarlijk heel het land zal in de toe-
komst zeker haar plaatsje willen bezoeken. En heel het land is natuurlijk
welkom hier in haar plaatsje.

En zo, geachte, eindigde een voor Schiedam toch nog prachtige dag als
een sprookje waarin veel gebeurde, ook wat even beslist niet had mogen
gebeuren. Maar zeg, een jeneveroor toch zeker die daar nu nog op let.

13 november 2009

Tafelbeelden (18)

Pa297690
SAGE                                      naakt                                        2009




Tafelbeelden 1 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 -

                   17 -      

10 november 2009

Een denkbaar gedicht

vuile lakens
ze willen maar
moeilijk in een linnenkast

zo ook rijgt men soms wel elf
hmburgers aan een satéstokje

om daarna

met overtevreden ogen
voldoende leefsop
over de bergen te sleuren

de kop daarbij ook al aan
de natte / vochtige slopen

te selecteren voor een Indesit WILL 144
want een beetje groothandel richt zich op

onbevlekt wasgoed

heus

8 november 2009

Brief (74) uit Schiedam

Geachte,

Na een overdenking vanmorgen (vroeg, heel vroeg)
schreef zich in mij de zin "Ik ben, dus ik drink" als
een wel heel vrolijke vertaling van de overbekende
uitspraak "Cogito ergo sum." Ooit door een beroem-
de filosoof de wereld in geholpen om er nooit meer
uit te verdwijnen. En waaronder de mensheid sinds-
dien behoorlijk gebukt gaat, want denken zal toch
zeker helemaal een mooikamer zijn voor het zijn.
Echter, dat zijn is in nogal wat gradaties te beleven
en het denken van -1 op een schaal van 1 tot 10 is
al genoeg gebleken het zijn een fris eindje op weg
naar hét zijn te kunnen brengen. Zodat het hele "ik
denk, dus ik ben"-gedoe eigenlijk tot een tamelijk
doods jukje is verworden waaronder het niet áltijd
goed toeven is, of in ieder geval niet geheel en al
tot in perfectie, al wordt dat, om eerlijk te zijn, ook
niet gevraagd als voorwaarde voor het zijn in het
denken.

Het is bekend; zijn kan net zo goed in alle ongeluk
zich manifesteren als in alle geluk, wat dat betreft
hoef je daar zowaar geen seconde over na te denk-
en en het alleen vet te beleven in dat zijn zonder...

Enfin, waarom die zin zich in mij schreef blijft mij
een danig raadsel nogal fel stekend in de twijfel
of ik het uiteindelijk wel gedacht heb. Drinken na-
melijk is niet my first cup of tea en al zeker niet
my last bakje tot fijn zijn. Dit gezegd hebbende
en ik dus eigenlijk wel met de hierboven opgegooi-
de bubs klaar ben zonder de genoemde twijfel op
te hebben kunnen lossen zullen we dit thematische
gestamel maar laten rusten onder een dikke laag
beslist in te laten slapen 'ergo sum' om zo tot het
beest van deze brief te komen. Ik moet u namelijk
bekennen dat mijn ZIJN zo langzamerhand tot een
fiks overzijntje is verworden alwaarin ik lig te spar-
telen als was ik een troubadour met een vracht aan
veel te veel liedjes in het hoofd zodat er alleen nog,
weliswaar zo nu en dan op filosofische basis, woord-
scheeltjes uit het lichaam zich willen spontaniseren.

Scheeltjes als:

Nummergedoe

vijfenvijftig deuren geschilderd
in de kleur -5 de 25 schilders
kregen hiervoor geen loon zo
dat twee ervan nogal stierven
voor hun 79 verjaardagen die
heus altijd wel door 180 - 18
mensen werden bezocht hun
gsm met ongeheim nummer
werd verloot onder al de over-
gebleven aanwezige uitvaart-
bezoekers die heel erg hun
best gingen doen deze gsm-
loting te ontlopen want gebeld
worden op 'n gsm die behoort
aan een dode schilder is mis-
schien leuk op een begravenis
maar in de supermarkt achter
een karretje volgeladen met
leeftocht na de trilringtoon te
zeggen dat je werkelijk niet
de dode bent die men gsm-de
het beneemt je toch de eetlust



Welnu, voldoende reden zou je zowaar zeggen om
deze brief hierbij te beëindigen. Maar dat gaat toch
tegen mijn gevoel van al het perfect zijn in. En daar
gevoel nogal eens het denken overwelmt moet er
welzeker heel straf doorgedaan met al het doende
om het zijn toch hét zijn te laten worden dus zal er
hier beslist een iets van doorzeggen moeten plaats-
vinden, al is het bijvoorbeeld maar over een in deze
tijd nogal oplaaiend onderwerp als de erg moeizame
acceptatie in Nederland van immigranten die in al te
vreemde kleding ons landje binnen komen.

Want wat nou moeizaam?

Al honderden jaren is er een jaarlijks terrugkomende
stoombootimmigrant, gekleed in een vreemd kloffie,
die we met alle open armen die we bij elkaar kunnen
scharrelen ontvangen.

Al honderden jaren!

En dit jaar dus ook in Schiedam!

Iets waarmee Schiedam heel blij is, ja er zelfs trots
op is (ook een stukje zijn zeg maar, waaraan geen
enkel of heel weinig denken vooraf is gegaan om
het toch een voor Schiedam fijn zijn te laten worden)
en er dus niks van het genoemde moeizame nog te
bespeuren valt. Erger, heel de stad gonst al maanden
van de initiatieven ter beslist goed laten lukken van
de ontvangst van die stoombootbinnenloper die zijn
liefdadigheidszaak middels dubieuze banden eerlijk
gezegd toch ook danig gelieerd heeft aan 'etalage-
geboefte' waarvan met een kerkbereid hart gerust
kan gezegd dat zij het zijn in ieder geval danig dol
verzijnen. Al ontwaren kinderen daar nog geen notie
van. Die hebben alleen nog maar enorm grote kado-
heb-ogen in hun van opzweep erg moeie bolletjes
staan. Heb-ogen waarin al de ouders vol machteloze
overgave aan stoombootovermacht zich mogen laten
verdrinken met ware zijnsverachting stevig weggemof-
feld in een algemeen geldende en nu nog eens extra
opgepoetste kinderliefde waarbij het 'etalagegeboef-
te'  heel wel baat heeft. Zie de miljoenen schoenen
die 's avonds braaf en verwachtingsvol bij een of an-
dere brandhaard worden gezet met alle gevolgen van
dien, want vol verwachting kan de slaap mooi even
niet worden gevat omdat er een stevig aantal koters
is dat ondanks die vreugdevolle verwachting nachten-
lang helst over of er toch niet de roe van een van die
mal geklede boosPieten is verdiend zodat er uiteinde-
lijk met een lijf vol twijfel, van al die nachtangst, in de
vroege morgen naar de 's avonds o zo graag gezette
schoenen wordt geschuifld om om om... Kortom, hoezo
nu toch dat zo moeilijk aanvaarden van al die vreemde
kloffies?

"Ik ben, dus ik drink"

Misschien moet ik het toch eens in mijn zijn toelaten?



                                                                     Eerdere brieven

5 november 2009

Tafelbeelden (17)

Klbew_pa257639
SAGE                              Onzeker lichaam                                2009




Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 -
          
                   11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 -   

4 november 2009

Stameldicht met grote uitkomst

raamzeemzeem vliegtuigtuig schilderijrij
stoeptegeltegel beestbeest stapvoetvoet

kaas op boter tussen korstjes

vloerkleedkleed looppadpad hogehoedhoedhoed
grasmatmat autoto trapgatgat steenfabriekbriek

geel stukje gedicht waarin dertien of geen letters
en
Duimelot naar bed naar bed heel niet in de buurt

nachtfluisterlicht
veel voorhanden

want kijk: paardenslakikkervisappelhekwerkwerk

1 november 2009

Poëziepleinposter november 2009



Klbew_2_sagenovklein


Deze maand een gedicht van de stadsdichter van Vlaardingen Benne-
van der Velde
, hij publiceerde twee bundels bij uitgeverij kleine uil.
Van der Velde is lid van het ongeboren idee. Posterontwerp Onno Maat
eveneens lid van het ongeboren idee en actief als beeldend kunstenaar.




Voor meer zie: Poëzieplein.

Mede mogelijk gemaakt door TDS printmaildata

Organisatie: SAGE.

31 oktober 2009

Tafelbeelden (16)

Klbew_pa257646
SAGE                               bijvoeglijk oord                                  2009



Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 -
          
                   11 - 12 - 13 - 14 - 15 -    
                  

29 oktober 2009

Die van huis uit geen andere taal spreken

gewichtige beweging 
uit auto’s af te lezen

(dood-

gevallen kuddedingen)

soms

raakt neus zakdoek
bezoekt weg berm
is er gras in veel velden

of wegen ‘s nachts
gele bomen de lucht klaar
loeien boxen een hit plaats
zoekt iemand jij voor zijn inhoud

woordhoeken (woordhoeken woordhoeken woordhoeken)

tegen ik heb het donker

28 oktober 2009

Straatbeelden

Kl_bew_pc143471
SAGE                                     uitloper                                      2009

27 oktober 2009

Allerzielen alom.

Allrz_a4_poster_zip


Al waaraan SAGE op zaterdag 31 oktober een bijdrage zal leveren in de
vorm van een installatie getiteld: "Het elders van openliggende woorden".

Meer

26 oktober 2009

Tafelbeelden (15)

Klbewp8237072
SAGE             Omgevallen witte boom met 2 filosofen                 2009

(zie ook tafelbeeld (10))


Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 -   

25 oktober 2009

Brief (73) uit Schiedam

Geachte,

Allereerst, sorry!

Echter.

Het blijft maar stromen, de poëzie.

Alsof er al niet genoeg samples zijn met steunzolen in printergrachten
waar, op de kades ervan, al de steunberen zouden moeten leren ver-
dragen dat de blauwe lucht simpel een kwestie is van een heetbak bij
toeval door wat natuurkrachten ergens gedropt in het heelal en ze zich
even geen illusie moeten denken dat zij de oorzaak zijn van dat blauw.

Waarlijk nee!

Het is gewoon een kekke leer van de aldoenlijke leerplank dat van dat
heetbakje. Een heetbakje waaraan zij, als steunberen, geen donderse
inbreng hebben hoeveel aan beer ze ook in hun naam hebben hangen.
Wat dat betreft zouden ze een voorbeeld aan machines moeten nemen,
onvermoeibaar doen die hun ding zonder een moment ook maar de
blauwe lucht te ontwaren, laat staan erover na te denken. Nu is het nat-
uurlijk zo dat machines door mensen zijn gemaakt, dat hier dus even
de mens dingen heeft geproduceerd die zichzelf, met hun beetje mens-
hulp, in alle beweging kunnen zetten en er tegen alle weerwil op zijn
minst direct een vergelijking wil opdoemen met dat "de aarde scheppen"
van onze lieve Heer. Hij heeft ook een soort machines gecreëerd die
zichzelf, weliswaar ook met wat hulp (zie de alombekende en geliefde
zaadoverdracht) in beweging kunnen zetten. Overbodig wellicht, maar
we hebben het hier natuurlijk alleen over de alomtegenwoordige mens.
Welnu, hieruit kan simpelweg geconcludeerd dat er nogal wat copy paste
aan de hand is in de wereld, de hemel en in het heelal, een copieerdrift
die zich uiteindelijk eenvoudig laat vertalen naar een toch wel vaak ge-
nant au-blauw waar het luchtblauw in de verste verte, zoals te constateren
valt, niet aan verwant kan zijn.

Maar waarom toch al deze woorden, zo zult u wellicht denken, ook een
bloemblad vraagt zich niet af waarom het over 't luchtblauw moet denk-
en met al de andere blaadjes, het hangt gewoon mooi te zijn tot aan de
dag van de pluk en eenmaal ontworteld verhevigt het de glans al weet
het dat de vaasfase waarin het nu gaat belanden nogal bedroevend kort
zal zijn en dat het extra zichtbare (in glas of aarderwerk en zonder blauw
o zo dicht bij de mens) heus geen dotje meer aan stuifmeel oplevert al
beglanst het de omgeving nog zo mooi, hooguit wil de sfeer in mensen-
huizen voor een smal uurtje vanuit gevulde vaasjes zoet opgelooid zijn.

Inmiddels zult u wel doorhebben dat ik nogal flink geen idee heb waar-
over deze brief zal moeten gaan al staan er al zo'n vierhonderd woorden
te vreemden hier (eigenlijk had ik het over het gedicht "Een uur ik" willen
hebben, maar al na de 4 eerste regels van dit schrijven ontdekte ik dat
daar al over geschreven is, en wel in Brief 22). Echter, daar deze brief al
een flink stuk aan zijn ontstaan bezig is mep ik schuldgedwongen persi-
stent maar door met woorden die uit de toetsen vliegen als wanen ze zich
de volste woorden van de hele schrijfwereld.

Eh... Onzin dus!

Daarom maar iets completely anders voordat u door verdwazing afhaakt:













 


Tuit! niet?, zo'n stukje onbeschreven wit. Ik hoop dat u het nauwgezet
gelezen hebt en zo de enorme diepgang ervan hebt kunnen ervaren.
Zo niet dan gaat u dat zeker doen met de wetenschap dat het gegeven
wit is opgebouwd uit allemaal geleende witregels behorend aan het ge-
dicht "sowieso" (blz 176) uit de bundel "buurtkinderen" van Arjen Duinker.

Bekomen?

Mooi, dan ploeteren we ons ook nog even naar de overvolheid van het be-
staan middels een xperimenteel gedicht dat hier ter plekke zal ontstaan:


X naar het domein van x

Zes lijsters in de cokpit van een vliegtuig
De haan kukelde van jaloezie
Maar de bloemen in het veld bleven staan

Een kilometer verderop
Ontstond een molshoop

Ook was op de maan
Sinds de maanlanding
vanalles in stilte gehuld

De lijsters wilden er geen boodschap
Aan hebben het vliegtuig vloog hoog

Ergens in een huis
Lag een doodzieke
Die gilde het doodzieke niet hebben

Een stekker in het stopcontact elektrisch
Gevuld dacht er het zijne van
En blies dit uit via de radio maar niemand

Er voer een schip voorbij
Buikvol heb van de wereld
Het water droeg de daden

Een groen vlak op een muur
Speelde voor weiland
Koeien hielden zich wijselijk

Een onweersbui zou nu gewenst zijn
Een onweersbui die het moest doen
Een onweersbui kwam niet opdagen

't Vliegtuig met de zes lijsters daalde
De aarde stokte niet eens op haar as


Goed, genoeg poëzie en einde deze brief.




                                                                    Eerdere brieven

24 oktober 2009

Gedicht - onder voorbehoud -

(de printer raast en heeft geen weet)

geknield doorbrengen op zout niet in het schema passend

dit in te kleuren
geen kleinigheid

de geur van nooit
aan al het wonder
heus geen terzijde

kartels opgelopen
in rood rood
geblust door regels

monomentale trap
tegen eigen orkest

zwijgend naar huis

handen aan het lijf
geen twee maar drie

de kleinste op eigen borst om wat zoal ter tafel ligt

22 oktober 2009

Tafelbeelden (14)

Klbew_pa127516
SAGE                                         !k                                           2009

                           



Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 -   

20 oktober 2009

Hallo vrolijke vis

je bent waarschijnlijk

- voelbaar
- vriendelijk
- onpeilbaar

net een mens met een groot talent
(eh... voor de goede orde - geen gekte, hier vindt
een vormsprong plaats) voor lent

e                                      h

eel bruin lekker glanzend vel
over eigen winterbotten
bijrol voor bloesems
vinnen vol vooruit
geel in het glas
tegen wolk

drup

waarom huil je nu

om om om om om om om
om meisjes
om meisjes die met hun kont huichelen

maar zie toch eens
deze pagina is ook elders
te vinden
bijvoorbeeld daar waar

een piepklein plantje aan je kieuwen
een volle kom
kom

19 oktober 2009

Tafelbeelden (13)

Klbew_p9237362
SAGE                                   wolkenduwer                                 2009




Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 -

18 oktober 2009

Brief (72) uit Schiedam

Geachte,

Zondag alweder en al een wijlchen geleden dat...

En zowaar in deze tijden is het zo schoon van node.

Tijd dus voor een hernieuwd G-spotje in dit schrijven:


rationeel lied vol zaken die er dan ook wel toe zullen doen


...graag wil ik, niet te lichtgelovige, weten met welke argumenten
de hier aanwezige gloedvolle spreker tot zijn standpunt kwam aan-
gaande het atheïsme en vooral dat het leidt tot de vernietiging van
alle denken.

spreker:

Het denkproces is een ingewikkeld neurofisiologisch proces in
de hersenen, het geloof in toeval van de atheïst een blind proces
dus ook het denken van een atheïst is een volkomen blind gedoe.

niet lichtgelovige:

Er is het beginsel van voldoende grond (geen bewijs /ook geen,
zeg bijvoorbeeld, god) en terecht is er het verstand gericht op
toeval want zie de evolutie toont de rede betrouwbaar, een nut-
tig instrument ook tot overleven.

spreker:

Iets wat betrouwbaar is gebleken hoeft nog niet automatisch
waar te zijn, want rede ontstaan op grond van toevalsproces-
sen waaruit ware kennis kan verkregen is deerlijke labbekak-
koek voor een beetje christen.

niet lichtgelovige:

Aha, wel mogen we voor zeker op gods waarheid bouwen,
deze heus op universele schaal als rationeel aanvaarden?

spreker:

Ja, want een christen heeft deze atheïstische problemen niet,
deze gelooft dat het heelal geschapen is door God, dat Hij 't
bewust heeft gewild zoals het nu is.

niet lichtgelovige:

O?

spreker:

God heeft een bedoeling met het heelal, de mens met een
goddelijke rede begiftigd kan erop vertrouwen dat hij de ware
kennis over de wereld middels Hem kan krijgen en dat deze
kennis ten volle betrouwbaar is en tot in het oneindige waar.

niet lichtgelovige:

Dus eigenlijk: zonder god geen rationele waarheid.

spreker:

U hebt het begrepen.

Na dit gesprek ging de niet lichtgelovige nogal in verwarring
naar de kerk, hij wilde van de weeromstuit zo graag geloven
dat het gebouw een God herbergt, hij wilde zo graag dat hij
door de kracht van het geloof van de spreker de bewoner van
dat grote pand helemaal voor zich kon gaan zien, de bewoner
als het ware naar levende lijve op zou kunnen roepen, Hem
zou kunnen mogen aanraken zodat het erge door de spreker
zo verworpen toeval zich verre van hem, niet lichtgelovige,
zou werpen.

Waarachtig, zo graag wilde de niet lichtgelovige dit alles dat
hij het experiment van geloof met een voor een niet licht-
gelovige bijna ongeloofwaardige geloofsovertuiging aanging.

En niet voor niks zo bleek, want alsof de duivel met het ex-
periment speelde kwam daar zowaar de God van de spreker
aangestiefeld vanuit de pastorie alsof er net een lekker bak-
kie koffie was genuttigd met een van zijn zo trouwfijne hulp-
knechten, ook wel, in dit huiselijk verband, pastoor genoemd.
Eerst was de niet lichtgelovige volkomen flabbergasted, gooi-
de dan zijn ongeloof en zichzelf in volle overgave op de knieën
voor hetgeen hij daar aan almacht naar hem toe zag schrijden.
Spijt had hij van alle anti-godsdachten uit het verleden. Nooit
meer zou hij twijfelen. Nooit nog zou hij in domme discussie
gaan over de bestaanszekerheid van de God van de spreker.

En zo geschiedde dat de niet lichtgelovige nog lang en gelovig
kwam te leven. Hij kreeg in de loop van de tijd zowaar zin in
een gezin, kwinkleerde later de heilige woorden van de bijbel
over vrouw en kroost. Ook ging hij als laatste van 't fijn door
hem gestichte gezin dood.

En daar zat hem nu net dat in een lied als het onderhavige te
verwachten cruxje van dit uiteindelijk toch nog op heiligdom
gestoelde goedgekomen leven. Heus wel dip alleen zijnde als
laatst overgeblevene kreeg de ooit niet lichtgelovige namelijk
alle tijd en zin om weer eens wat na te denken. Eigenlijk
zoals vroeger. In het begin van deze eenzame denksessies
deed hij nog wel eens de bijbel opslaan om zo tot een waar-
lijk godsvruchtig denkproces te komen, echter, allengs liet
hij dit bijbelritueel varen en vertrouwde weer wat op zijn er-
varing als voormalig denker.

Gelukkig ging ook hij dus dood.

Dit laatste waarmee waarlijk niet bedoeld wordt dat hij het
fijn vond om, na het heengaan van vrouw en kroost, troost-
end
snel dood te gaan. Nee zeg! Zowaar hier wordt bedoeld
dat de gelovig geworden niet lichtgelovige ondanks het weer
wereldse denken onwerelds gelukkig bleef in zijn opgelopen
gelovig bestaan tot op het moment van zijn, uiteraard door
God veroorzaakte, net-op-tijd-doodgaan zodat de spreker
uit mij, het lied hierboven, met heilig en zekerlopend gerust
hart danig verder kan spreken over de erge vernietiging van
het denken veroorzaakt door het atheïsme.

lezer:

Eh... Crux?

lied:

Dat de gelovige niet weer werd als vroeger. Dat is toch vet fijn?

lezer:

O







                                                                  
     Eerdere brieven

17 oktober 2009

tweegedicht

Vraag:

Een gedicht vol bakstenen, wordt zo'n ding daar nu zwaarder van?

Antwoord:

mokken op de bank
stapels stenen links
en rechts een muurtje

het rommelen

op de leuningen
cement en fundament
glaswand al in zicht

ingebouwd

een afgeronde huilnis
sappen uit bekende steen
geblakerd aan wat zomerdrank

op de salontafel vol dak
een panorama
van al gemorste vensters

de zuidgevel net nog in zicht

14 oktober 2009

Tafelbeelden (12)



Klbew_pa057470
SAGE                               Uit de zandbak                                 2009


Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11

13 oktober 2009

Chamotte

A_kl_bew_p3196044_zt


schaapjes op al het droge en kuikens in de snipperraar
om het toekomstige vliegen
sneetje brood plakje kaas kreukvrij trosje tafelspreuken

op stroomlengte na de bocht
woonplaats gewoonplaats zo

en geen voetje verder

(al mag schaapsvlees op ronde broodjes
en ook exotische schotels met couscous)

dichterbij het nest wil
al de mier meer mier

daar vangt de koe nooit haas
groeien bloemen als bedoeld
daar woelt geen logica op rond

daar welt alleen de eigen hoop




Beeld: zeefdruk SAGE

12 oktober 2009

Tafelbeelden (11)

Kl_bew_p9307406
SAGE                                beeldenstorm                                  2009




Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 -

10 oktober 2009

Damiaan (een ode)

al elf jaar zalig

(gouden handjes in de lucht)

want in zijn naam een wonder

(gouden handjes in de lucht)

langs 49 jaar tachtig te lijken
zowaar ook een danig wonder

(gouden handjes in de lucht)

ook wonder twee

(gouden handjes in de lucht)

een wonder

(gouden handjes in de lucht)

na 't wonderen kwam de dood

(gouden handjes in de lucht)

en werd elf jaar zalig heilig

(gouden handjes in de lucht)

het is toch wat hé

Gouden! Handjes! in de Lucht!


Sluit dit venster
                  Gouden handen bij geboortehuis Damiaan.*



* Foto 'geleend' van Avondlog.

Nog altijd Gratis te lezen

deze bundel

(niet voor recensenten)

9 oktober 2009

Straatbeelden

Kl_bew_p9017147
SAGE                             me and my shadow                             2009

8 oktober 2009

Brief (71) uit Schiedam

Geachte,

Opnieuw gaat het over poëzie.

Want in brieven, er kan er niet genoeg van in zitten.

Aldus:

Een gedicht

tafel

abstracties zijn dingen

de noodzakelijkheid van een vogelboek
greep
begin van de dag

het asfalt de ontmoeting

de vlieg
de liefde
het hek
de hals
de muur

we zijn er!

het plezierigste paradijs
yellow firebird
de baai van de ander

omgekeerde wals
open mond
fantastische lippen onze benen

de een de ander een stroom vuurvliegjes
vermoedens van geel
straat met honden balsem

en het is donker
omleiding
van tweeën één zie je de ogen

vogels antwoorden niet


Toch wel een verrassend gedicht, niet, dat begint te zeggen
dat het een gedicht is, vervolgens concreet met die tafel aan-
komt en dan zeggen dat abstracties dingen zijn die roepen
om een vogelboek, en dat dan om greep op de dag (droom)
te krijgen maar vervolgens wel die greep laat beginnen op
het asfalt via een ontmoeting met vier concrete dingen (vlieg,
hek, hals, muur) en één abstractie (liefde) waarvan al in het
begin gezegd is dat het ook een ding is, zodat uitdrukkelijk
geconstateerd kan worden dat we er zijn met uitroepteken,
en wel in het paradijs als baai van de ander waarin een om-
gekeerde wals (liefde zet alles scheef) zich ontwikkelt uit-
gedrukt in een open mond en benen die als lippen schijnen
waarboven vanalles gaat tinkelen (vuurvliegjes) maar wel
met vermoedens van geel verbeeld in een straat met hond-
en die vooralsnog als balsem beleefd wordt zonder venijn
in het donker want die omleiding (liefde) laat de een tot de
ander worden, te lezen in de ogen van elkaar waarop ook
vogels geen antwoord hebben of niet willen antwoorden om
de droom niet te verbreken met hun wat meer bevlekte wijs-
heid verkregen uit alles behelsende vogelvluchtzichten waarin
zwart het wit evenzo vrolijk aflost als was het... Nu ja, we kun-
nen zeggen dat het hier dus om een liefdesgedicht gaat waar-
in nogal wat filosofische lijntjes zijn uitgezet met de bedoeling
de geliefden er toch ook op voor te bereiden dat de maan heus
een achterkant heeft die ongezien enorme invloed op de voor-
kant kan uitoefenen en waarvan dus de vogels, die niet kunnen
of willen antwoorden, weet hebben.

Wat een enorme vracht hé kan er in zo'n gedicht. In een brief
als deze gedaan zou ik er haast een dubbel aantal postzegels
op moeten plakken wil ik dat de zending aankomt bij een be-
doelde lezer, u in dit geval geachte, om in bewondering het
gedicht te laten lezen, en nog eens en nog eens etcetera tot
er bij u als geoefend poëzielezer een breinbel gaat rinkelen
die in een zwarte klank u verklapt dat de woordklepel in het
gedicht een deuntje zingt met woorden van een andere wel-
bekende klok waarvan de klank heel brutaalweg woordelijk
is gestolen naar dit gedicht, want zie alleen al de titel die zo-
waar van een vers is waarmee een bomendikke bundel begint
die eerder dit jaar verscheen bij uitgeverij Querido en waarin
ik vanmorgen voor het eerst wat grasduinde om tot een bruik-
bare proefsfeer te komen waarmee ik de bundel verder zou
kunnen beklimmen om zo alle zij- en hoogpaadjes te vinden,
er echter direct zo in verdwaald raakte dat ik van de weerom-
stuit de titels van een aantal verzen begon te proppen in een
gedicht waarvan bovenstaand vers het resultaat is en waarmee
ik hoop de bundel beter te kunnen bewonen dan nu het geval
is, want ik ervaar, na deze vlugge doorvlucht, nog even niet
wat de schijver ervan me in de huid wil zingen al doet het hier-
bovenstaande uit titels gemaakte gedicht me een eerste ver-
moeden geven dat uiteindelijk alles is wat het is, er niet veel
over te zeggen valt, al wil al de dikte van de bundel ons heus
stevig anders inpeperen.

Wellicht, geachte, moeten u, na lezing van de brief, en ik,
na het schrijven van de brief, eens bij anderen neuzen hoe
we de bundel bij de poëtische hoorns moet vatten ondanks
dat ik in alle bescheidenheid meen er hierboven, na die eer-
ste vlugge bundeltour, niet teveel naast te hebben gespit al
gebeurde het op een ongebruikelijke wijze en zeker niet diep-
gravend zoals waarschijnlijk wel nodig is om al de poëtische
bliepjes in de bundel ten volle te kunnen vangen.





                                                                       Eerdere brieven
 

7 oktober 2009

Kinderboekenweek!

Klbew_pa077495
  Poëziepleinposter oktober bij Boekhandel van Leeuwen in Schiedam.

(een van de elf plaatsen in Schiedam waar de poster te zien is)



(Klik voor vergroting op de foto)

5 oktober 2009

Brief (70) uit Schiedam

Geachte,

Daar ik om allerlei geharnaste redenen op z'n minst het getal van
honderd brieven wil halen geef ik u in deze brief (ter wat verder-
koming, al heb ik, zoals nu, donders vaak niets te vertellen) een
oud (bewerkt, dat wel) prozastukje, om daarna volgens plan nog
wat nieuw letterspul er achteraan te verzinnen opdat het wel een
geldige brief in de honderdreeks wil worden en niet een slap op-
vulstrookje vol kleffe reeds afgekloven letters u in de welwillende
oren gierend als een oud geschiedenisboekje lang al achterhaald.

Hel nee!
 
Een ongehoord filosofisch standje.

Een val. Hij gooit zijn ogen open. Gesnuif uit twee donkere gaten, vlak
boven hem. Een lang ruw roze voorwerp, dat schurend schaaft. Veel te
plots wakker kijkt hij tegen dat groot nat stuk onbestemd dat telken-
male vanuit de hoogte flikkert. Met lange halen raakt het de uit de slaap
geknalde huid. Wangen, neus en een deel van de mond doen pijn als
lijkt zijn gezicht een uurtje of zes aan een zon overgeleverd te zijn ge-
weest die met haar dikke stralenkont eens zwaar op zijn slaapdommel
is gaan zitten in vreugdevolle verwachting van op z'n minst een speels
vooruitzichtje op een stevig stukje zalig luieren op deze toch wel heel
erg geslaagde zomerdag van de bijna voorbije zomer.
Als hij rechtop
gaat zitten stopt het trage stuk natuur met de grasruk, gooit de zware
kop de lucht in, loopt een paar grasmeters bij hem vandaan, tilt de
staart op en gulpt een flinke straal bestemd bruin tussen de achter-
poten het gras over als wil het dier zeggen: jij?, ach, ook hier hoor
je niet te zijn.

Hij blijft.

En hij blikt naar het polderlandschap. Loom ligt het onder een zonlicht
dat niet clichématiger had kunnen schijnen. Geen mens ook te beken-
nen. Hier en daar knallen nog meer koeien uit weilanden. De koppen
naar beneden gestoken als vreten de beesten zich groepsgewijs kramp-
achtig met hun graastong aan de grasmat vast waarbij zware uiers hun
bescheten achterpoten op de grond gedrukt houden. De bolgrote ogen
worden geen moment naar het blauw gericht, alleen het tikken met de
staarten tegen hun flanken is bewijs van leven en soms schudden ze
hun kop als zeggen ze: dit hier is ons wel genoeg.
Zwaluwen schieten
boven de polders een voor die kleine vogels onbehoorlijk eind de lucht
in, vliegen schichtig alle richtingen uit, lijken erg nerveus over zoveel
lijdzaamheid daar beneden. Vlieg, vlieg, suizen hun spitse vleugels
tegen de koeien, stijg toch op en vlieg! De koppen, ze blijven naar
beneden hangen, mogelijk vol gedachten bij de boer die hen straks
zal bevrijden van de inhoud van te zware uiers. Dan is het te donker!
zo fladderen de zwaluwen, maar onverstoorbaar drukken de graaskop-
pen de snuiten nog dichter tegen de aarde, schudden, rukken, snuiven
minachtend over al die dwaasheid van de luchtspurtende zwaluwen.

In de verte steekt een kerktoren boven bomen uit, trilt in de warmte,
of het bouwwerk ieder moment kan instorten, een lege plek op de hori-
zon achterlatend, even maar, zolang de herinnering wil duren, daarna
zal er niets gebeurd zijn. Godver, nog voor hij rechtop staat met de
gedachte hier zo snel mogelijk weg te moeten, storten zeker drie van
die sprietdelvers simultaan hun restjes verbruikte grasvraat terug op
het uitbundige groengroei, totaal onverstoorbaar, alsof er nog even
onbevangen en fijntjes benadrukt wil worden dat hij hier inderdaad
niet hoort te zijn.
In het voorbijgaan schopt hij tegen de volle uiers
van een van die graastoestellen. De trage graspluk wordt niet eens
onderbroken. Hooguit een extra staartzwaaitje is het resultaat. En
d
an zijn er weer, de aloude zinnen: wat zien we, wat kunnen we zien,
maar vooral; wat willen we zien. Opdoemende woorden, te snel weer
weggezakkend in gemompel boven driftige passen op hakken wellicht
een maatje te groot voor polders
.

Eh... Een bijverzinsel, hierboven beloofd, zal, zo bedenk ik me na
deze plaatsing en herschrijf, de brief maar doen doodleuken, gaat
het te topzwaar laten lijken, te gewichtig als dit versje bijvoorbeeld:


groene vingers


zelf een bloem in zijn perk
stijgt hij geworteld op
uit een golf van blaadjes

roert de aarde op tot werk
schuifelt over smalle paadjes
knakt hier of daar een dode kelk

tot de kleur weer is verheven
zuiver als de kleur van verse melk
wast de bonte wolken opgeheven
met zijn hand; een waterwaaier

nevel raakt tot aan de stamper
knoppen spreiden in een baaierd
open weifelend nog maar amper
gelovend in hun eigen pracht

ook de tuinman kijkt tevreden
het resultaat is als verwacht
genietend van een geurig heden
wacht hij huiverend op de nacht


En dan, ik wil de zomer niet langer blijven verlengen, mijn laarzen
staan alweer een kranig tijdje te trappelen om de kou, en daar ze
een flinke duit gekost hebben moet er gehoor aan worden gegeven
anders is het heel erg veel te zonde van al die laarsgedane centen.



                                                                  

                                                                         Eerdere brieven

3 oktober 2009

Tafelbeelden (10)

P8237057
SAGE                      Witte boom met 2 filosofen                          2009



Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9

2 oktober 2009

Poëziepleingedicht oktober 2009



38_kl_poezieplein_oktober_09


In het kader van de kinderboekenweek deze maand het gedicht
"Boekje open" van Ted van Lieshout afkomstig uit zijn verzamel-
bundel Hou van mij, uitgeverij Leopold, 2009. Ted van Lieshout
ontving de Theo Thijssenprijs 2009 voor zijn hele oeuvre. De te-
kening is bij het gedicht gemaakt door Tineke Weber.




Voor meer zie: Poëzieplein.

Mede mogelijk gemaakt door TDS printmaildata

Organisatie: SAGE.

1 oktober 2009

Filmgoedje

de sluiter tuimelt

maakt water op land
maakt alles te dromen

weiland stad fiets auto

door de tunnels jakkeren
om de hele reis van licht

het lichaamsgewicht (pleister-
plaag van verwerkt genot
betalend tot in snerend zon-
licht) opgeladen overladen

waspoederplus onder de arm
(polis voor badkamerfrisheid)
en de handen om een doosje
warm al van het DVDhaardvuur

niet zo voorradig veelal in verhalen
waar tussen kaft veel stuipen graag

bij de tramhalte echt al wat later
een staan in onvervalst wachten

vol op stoom zonder kantlijn
't buiten nestwarm gedragen

26 september 2009

Straatbeelden

Kl_bewe_p9177321
SAGE                                  Wat nou!                                      2009


We schreven het al eerder:

Trottoirs, ze zijn de bermen van de stad.

SAGE, vindt er nogal eens weggegooide of aangewaaide dingen die zich,
onbedoeld uiteraard, een ons soms bekende, maar toch ook wel eigen-
gemaakte beeldtaal hebben aangemeten. Zo ook dit stukje plastic dat
zich tussen en wellicht dóór al het straatgebeuren onbedoeld omvormde
tot een reptielachtig figuurtje met een nogal beduusde maar zeker ook
uitdagende blik van: zie titel.

25 september 2009

Brief (69) uit Schiedam

Geachte,

Zin om een gedicht te schrijven. Maar zin alleen is niet voldoende.
Een tikje talent helpt aardig mee. Goed. Geen gedicht voorals dus.
En dan. Alle dagen aan een raamlijst leven is geen basis tot wat
dan ook. De gordijnen dicht natuurlijk. Enkel wat geluiden worden
dan opgediend.

Zo is er het geluid van graaiend gras.
Zo is er het geluid van vissen boven water.
Zo is er het geluid van een boek naast de ogen.
Zo is er het geluid van uitgeknoeide bomen.
Zo is er het geluid van mislukte gedachten.
Zo is er dat geluid van een wil tot dichten.

En bidden geeft ook al geen soelaas.
Ook je volvreten leidt alleen tot stoelgangplus.
Niet meer dan beweging tot lege zaken.

Zin?

Leed hier geschreven een organisatie tot afdrukken in water

Jouw nooit meer armen Jouw nooit meer kussen Jouw nooit meer lachen
Jouw nooit meer dansen Jouw nooit meer handen Jouw nooit meer staren
Jouw nooit meer lopen Jouw nooit meer blikken Jouw nooit meer huilen

Jouw nooit meer was je maar bij mij


Onzin!

Een treintje te vollig! Een stoomtreintje dat weer wel. Met een niet-
dichterlijk fluitje dat fiks aanzet om 's geen speerslecht gedicht te
schrijven. Een gedicht waar geen woord in wil. Waar geen gedachte
uit kan.

Hinkel stap sprong aarde hemel

het leven is mooi
hinkelen
op een hinkelbaan


een kleine rechtlijnige organisatie
van een verzameling vakjes
op straat of op stoeptegels getekend


de vakjes ze zijn genummerd dan kan je hinkelen

eerst moet wel een steen
worden gegooid in vakje 1

dan pas (niet natuurlijk op
vakje 1) mag er gehinkeld
naar de bovenste hemelrij

bij de hemel aangekomen
moet je terug naar nummer
3, 2 en over 1 heen springen

dan de steen in vakje 2 gooien
dan gaat alles gewoon opnieuw

als de steen niet in het juiste vakje wordt gegooid of er
tijdens het hinkelen buiten de vakjes wordt gekomen
dan ben je af als water en dan kom je niet in de hemel

nogmaals

als de steen niet in het juiste vakje wordt gegooid of er
tijdens het hinkelen buiten de vakjes wordt gekomen
dan ben je áf als water en dan kom je níet in de hemel.


Die fluit blijft maar fluiten.

Eh....

De brief opnieuw beginnen?

B - stemming

een vloeibare oprit
tussen buitelende bermen
naar willend toeval

wie kleedt zich aan het raam
voor een mooie leugen bij de halte

sfeer van fluister bij de sta-dans

waar glazen muiltjes
neuswijs zwijgen

havens vol geurprostitutie

soms ook zijn er ogen
belovend
zonder tegenlicht in de bewegende ruimte

waarin ik - ivoren patiënt - ...

'Eindpunt'

kraakt ergens een speaker


De brief opnieuw beginnen!





                                                                                    Eerdere brieven

23 september 2009

Tafelbeelden (9)

A_kl_bewp9087214
SAGE                                 how are yóu!                                 2009



Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 -                        

22 september 2009

Brief (68) uit Schiedam

Geachte,

Bizariteiten op een hoopje stof van...

Of hoe dingen ook wel kunnen gaan.

Want dacht ik een tijdje geleden in mijn onbegrensde overmoed dat
ik met mijn krantkoppensnellen uit een hernieuwd mals frislaatje had
getapt in deze brief, blijkt Kees van Koten in 2004 op het lezersfeest
in Rotterdam ook al zoiets te hebben geïntroduceerd onder het kopje
Lijmrijmen, door mij een plaktruukje in bovenstaande brief genoemd,
en waarvan door Kees van Kooten nu zowaar opnieuw wordt gerept in
het september/oktobernummer 2009 van Hollands Diep op pagina
honderd. In dit stuk trekt van Kooten op een kwasi olijke manier van
leer tegen het gebrekkige rijmen bij tekstdichters en een alineaatje
of wat verder in het stuk ook bij een aantal dichters. Heel donders
ontteugelend begint van Kooten met het bevragen van een sonnet
van Nijhoff waaraan hij het begin van afglijden ziet zoals tot volledige
uiting komt in een mengeling van bluf, gemakzucht en toch vooral
onwetendheid bij hedendaagse tekstdichters die volgens van Kooten
steeds onachtzamer loopjes met het rijm nemen. Hij vindt namelijk
dat aan op raam laten rijmen in het gedicht" 'Impasse' van Nijhoff
beslist niet kan en dat het valt onder de afwijkingen zoals perma-
nent vals zingen of niet in de pas kunnen lopen of rood haar heb-
ben. Nee, van Kooten moet, als toch iemand van oude stempel zo-
als hij frivool bekent en garneert met nog wat foute dichtvoorbeeld-
en, daar niets van hebben, eerder ontvangt hij een gelukzaliger
nock-out met graagte op zijn lijf bij het horen van bijvoorbeeld het
rijm in het lied 'Op een mooie pinksterdag' van Annie. M.G. Schmidt:

Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag

En wellicht heeft van Kooten hier schetig gelijk, maar eigenlijk gaat
het mij erom dat 't krantenkopsnellen uit hierboven genoemde brief
dus niet hernieuwd uit het eigenste frislaatje mag zijn waaruit ik dacht
te hebben geput om toch vooral roemrijk even te komen tot iets wat...

Mooi niet dus!

Al moet ik wel zeggen dat de voorbeelden uit mijn brief toch ietwat
meer op poëzie trekken dan het voorbeeld dat van Kooten in zijn
Lijmrijmstukje geeft:

Kl_bew_rijmlijn
En dat geeft bijna net zo'n Kootgevoel als bij 'Morgen kan ze zwanger
zijn...'

Overigens, bij al dat Kootreppen wordt een oproep, door van Kooten of
door de redactie dat is mij niet helemaal duidelijk, aan lezers gedaan
om hun eigen lijmrijm te maken, Gebruik hiervoor, zo luidt het, Neder-
landse dagbladen van de maand september 2009. Het beste lijmrijm,
zo gaat de oproep verder, wordt beloond met een gratis jaarabonne-
ment op het Hollands Diep, of drie gesigneerde boeken van Kees van
Kooten. Inzendingen beslist voor 15 oktober 2009 zenden naar redac-
tie@hollandsdiep.nl
o.v.v. Lijmrijm, of: Redactie Hollands Diep, Postbus
1679, 1000 BR Amsterdam.

Tot u het maar weet!

21 september 2009

Tafelbeelden (6)

Kl_bewp9107223
SAGE                               die man van 74                                 2009





Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 -

15 september 2009

Tafelbeelden (7)

Kl_bewp9077207
SAGE                                 Dressed Up                                     2009



Tafelbeelden 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

9 september 2009

Uitnodiging

Open_ateliers_091

Zie voor details

Vieze boekjes

Aa_bew_p9057177
SAGE                                Vieze boekjes                                  2009

8 september 2009

Vertaald

Kl_bew_p8317132
SAGE                                     Vertaald                                    2009






                       Kl_bew_p8317134_2    Kl_bew_p8317135_2
                       detail                     detail


         

7 september 2009

D6053

Kl_d_6053
SAGE                                   D6053                                         2009


Een werk dat verder gaat dan flarf of het stifdichten, want waar
bij flarf en het stiftdichten nog naar samenhang van tekst wordt
gezocht uit delen van bestaande teksten laat SAGE zich leiden
door de tekst zelf zónder dat er tijdens het ontstaan naar een
mogelijke samenhang gezocht wordt. De hoofdletter aan het
begin van de pagina bepaalt de keuze van de woorden (in dit
geval die beginnen met een d) en de wijze waarop al de lijnen
(met onderbrekingen bij de d-woorden) over bestaande tekst
worden getrokken waarbij het tekstuele en visuele als het ware
een geheel vormen.


Ps: Toegegeven, ook de Dadaïsten maakten al met willekeurige
woorden poëzie door ze o.a. uit een krant of tekst te knippen en
die in willekeurige volgorde aan elkaar te plakken, maar SAGE
gaat, zoals gezegd, verder, waarbij het wellicht ook interessant
zou kunnen zijn te analyseren in hoeverre het tekstuele en vis-
uele beeld verbanden aangaan met de onder 't rood verdwenen
tekst.

1 september 2009

Tafelbeelden (6)

Kl_bew_p7276820
SAGE                  maar vooral veel blauw ook (2)                        2009

29 augustus 2009

Brief (67) uit Schiedam

Geachte,

Aardig dat u na zoveel tijd nog reageert op deze brief.

Maar hoezo, zoals u schrijft, een mak streekje van mij het gedicht als auwdrukje
voor het wereldgebeuren te benoemen in bovenstaande brief? Het is toch heel
goed te doen voor de lezer zo'n privé drama naar een universeel drama te ver-
talen? Het is, geachte, een van de al heel lang lopende basis-eisen, een open
deur van jewelste eigenlijk, van de poëzie het particuliere in een gedicht tot het
universele te maken! Ik dus zie het probleem niet. Hooguit dat niet iedere lezer
tot zulk een geestesvolging naar het universele in staat mag zijn, maar daar zijn
toch al de academisch geschoolde uitleggers voor in het literaire leven gegroeid.
Heus, die staan bij het vernemen van willekeurig welke titel te trappelen veelal.
Ik vind het geen argument tot makkelijk het gegeven gedicht als auwdrukje te
benoemen voor veel van het wereldgebeuren. Uiteraard sprong wel mijn episch
worstelkastje op bij het lezen van uw woorden dat het wat u betreft een nogal
stevig begin is waarmee voornoemd gedicht begint, al dompte u de sprong di-
rect weer neer met de woorden dat hiermee weliswaar wat van de nieuwsgierig-
heid van de lezer wordt opgeroepen, maar dat het tegelijkertijd ook veel veraadt
van wat er staat te komen in het vervolg van het gedicht en zo de kans wereld-
weid aanwezig is dat de lezer het na de eerste strofe al voor gezien houdt. Toe-
gegeven, een tikje gelijk heeft u wel met dat ietwat de bedoeling verraden, al
zou ik het ook direct willen bestrijden, want toch zeker mogelijkheden te over
om je als schrijver juíst niet te houden aan zo'n begin. En dan, het kan zelfs
een rakke drang bij de lezer opwekken de hele bubs juist te gaan lezen om
te kijken of hetgeen in de eerste strofe beloofd wordt ook uitkomt om dan
gaandeweg het lezen bedrogen uit te komen. Een eeuwenalte schrijftruuk zo-
waar. Waarmee wil gezegd, er is voor alle visies niets en veel te zeggen in
deze post postmoderne tijdgang. Maar goed, jammer is het evenwel dat u
niet expliciet hebt verwoord wat u van het geheel vond. Wat me er overigens
niet van zal weerhouden, integenstelling tot wat ik in die andere brief beweer-
de, het schrijven ervan toch door te zetten.

Erger nog ik geef u hier deel twee gelijk maar op uw bordje:

Een dakraam een viool en wat verder nog


(2)

(een lyrisch lang epiekje)

Zeventien jaar al en nog altijd geen greintje wilde hij van haar af.
Wat concessies had hij mogen doen. Maar geen idee kabbelde er
in hem nog over hoeveel hij van zichzelf had moeten verwijderen
voor haar.

Niet erg.

Een verdomd mijn lijf namelijk waarin ze woonde. Bovendien wist
ze zijn verlangens hevig te houden door hem hooguit een keer
per maand toestemming te geven in haar buurt te komen. Dan
was hem vergund welzeker vijf minuten aan haar kruis te ruiken.

Haar broekje nog aan!

Vijf minuten.

Hij moest daarbij zelf op de toebedeelde tijd letten.

Hield hij zich er precies aan mocht hij zich daarna in de slaapkamer
aftrekken terwijl zij van een afstandje naar hem keek zonder hem
aan te raken. Bij overschrijding van de vijf minuten met ook maar
een halve seconde kon hij het op zijn minst twee volle maanden
vergeten, dat ruiken. Het onaneren ging gewoon door als was het
een absolute noodzaak voor hun huwelijk.

Frigide was ze niet.

In feite liet ze zich nogal makkelijk neuken.
Alleen niet door hem.
En in 't achttiende jaar van hun huwelijk ging ze zonder noemens-
waardige complicaties dood.

Hij bleef.

En nee, geen oordeel meer.

Gaan we in de komende brieven mooi over andere dingen keuvelen, ratelen
of desnoods schelden. Er is wat dat betreft nog voldoende stof tot krabben
aan de wereld. Bij voorbeeld dat het foeibezige baasje Ted kennedy is over-
leden, of over het feit dat de Talibanleider Baitullah Meshud nu héél ja héél
echt dood is omdat de Taliban dat nu ook wil vinden, ook zou er wat te kwep
kunnen zijn over alle schaamhaar dat weer welig mag groeien na al die kaal-
slag van de laatste decennia. Hoewel, dat welige moet dan wel weer vertaald
in leuke figuurtjes; kunstwerkjes op je ondertussen zeg maar. En ook kan er
gepukkeld over dat Tommy Wieringa in zijn laatste column over de barre lief-
de en de schimmelige, teringherrie makende gezinnen babbelend babbelt,
maar ook over het krakeelstofje (van een fiks tijdje geleden) dat het nieuwe
ziekenhuis in Schiedam bijna failliet was en een zorgverzekeraar (DSW) de
boel voor een stevig procentje of wat wilde overnemen met de verzekering
dat het geld louter bestemd is voor verbeteringen in de zorg, tenminste zo
wilde het een ieder doen geloven. En u weet, geachte, geloven is schielijk
weer in opkomst, dus dat zal ze geen moeite hebben gekost al weet ik niet
precies hoe het een en ander is afgehandeld en...

Maar dit laatste is wellicht geen onderwerp voor een brief, veel te veel een
plaatselijk gebeuren. Nu ja, het ging me even om de mogelijkheid wat alom
te besnuffelen stoflappen aan te reiken voor behandeling in eventuele volg-
ende brieven zodat we niet hoeven terug te vallen op een bespreking die
voor zeker in oeverloosheid gaat uitmonden zo bleek ook al bij aanvang van
deze brief. Daar moeten we geen energie aan uitventen, want zoals Komrij
zei in een filmpje, opgenomen tijdens het festival Winternachten in Den Haag,
dat er zo'n 750 poëzielezers zijn in dit land waarvan het de snode taak voor
de DDV is om dat aantal rap te verdubbelen, al mag het bijvoorbaat versleten
moeite heten zoiets nog te pogen zo straalde hij tegelijkertijd uit, maar wel-
licht ligt dat uitstralen aan de beroerde kwaliteit van het filmpje, of, ook een
mogelijkheid, aan de kwaliteit van mijn kijken. En dan, wat dat uitventen van
al die energie betreft kunnen we toch beter een patatzaak openen (dat laat-
ste is uiteraard niet van Komrij maar van mij, uw briefschrijver). Born to be
on mayonaise? Of zoals Loesje reeds rondschreef: Stoot je hoofd niet tegen
de wolken? Of wellicht heel misschien ook wel:

Hekhaardklokthuistiktik

in zijn zwerk draait het heelal lol
zonder dat de kater zwart wordt
na uren op de bank liggen in zin
dering die volmondig het loeren
draait want alle dag vogeldienst
is nog te doen maar de ruimte
bekleden met zeeweetsteentjes
om echt mag een farce zijn als
de onmogelijke fiets die op lekke
banden voorthobbelt over de tafel
met rap gestreept kleed witrood
al de tonen bepalend op staarten
te mikken voordat de kerm kermt
op de grasstrook hiermee volop
'n snerteis over alle koer leggend
zodat alle keur volledig voorbij wil
gaan aan de ver wiekende vlees
abstracties waarmee tuinen graag
willen volgepleegd tot meer link
naar bijtmerken die heus naast al
het niet-fijn mogen opereren tot ze
een onsje of wat aan hm hebben
weten te scoren in het loeren waar
tijdens ook de stoelen rondom de
tafel recht de ruggen gaan stuwen
tot aanpassing van zijn leefwereld
veel meer nl is er niet dat deerlijk
recht moet worden gezet om zekere
noodsoorzaak van dat vliegverkeer
despul tot een aannemelijke maal
tijd te mogen vormen want de haard
ook in strenge winters zal ie branden
naar eerlijk warm om al de wereld vol
krakke verstandsmens die veelal op
fantasie gaat naar elk een plaatsje
meestal gelijk aan al het hiertijdense
o zo fijn gewende hekhaardkloktiktik

ligbanken blijft hij daarom de kater


Toegegeven; raspatat met dubbele mayo vind ik soms wel lekker, geachte.

28 augustus 2009

Poëzieplein september 2009

37_poezieplein_september_2009_kl

Deze maand een gedicht van Sylvie Marie afkomstig uit haar debuut-
bundel Zonder, Vrijdag/Podium, 2009. Het beeld "redding", naaiwerk,
2009, is van Kris Knook.




Voor meer zie: Poëzieplein.

Mede mogelijk gemaakt door TDS printmaildata

Organisatie: SAGE.

27 augustus 2009

Tafelbeelden (5)

Kl_bew_p8197046
SAGE                                        Piëta                                      2009 

23 augustus 2009

Brief (66) uit Schiedam

Geachte,

Nog maar wat poëzie op deze dag.

Want ja, alles is mogelijk in brieven, zelfs op zondag.

Zo zou je, met al dat zo mogelijke, een brief zelfs dood kunnen
laten bloeien wilde je dat als schrijver ervan. Een mooi maar wel
vechtend dood bloeien bijvoorbeeld door in de aankondiging al
te stellen te krijgen met een levendigheid in woorden geheel niet
bij een stervende brief passend maar die dan toch maar de brief
de dood in jaagt terwijl ie zingt van het leven waarbij zo'n brief-
schrijfvel zelf het niet eens in de gaten heeft dat er heel veel
aan sterven gaande is in en tussen de zo gedegen eigen regels.

Maar ook een brief onsterfelijk maken behoort tot de mogelijk-
heden van een brievenschrijver, zeker als hij daarin een onder-
werp behandelt dat van alle tijden of van alle normen wegge-
lopen is. Zo zou er een moordvers zomaar in te berde gebracht
kunnen worden handelend over het geil verorberen van sexueel
opgewonden vlees nog net niet dood genoeg om er fatsoenlijk
van te kunnen genieten en het eerst nog doder moet gemaakt
om ten volle het genot eruit te kunnen peuren.

Je zou ook een brief kunnen bepennen met noemende vrees-
woorden die niets met de brief te maken hebben dan alleen
dat die vreesnoemers ter vulling van het briefpapier dienen
en net als vulwoorden in een gedicht detoneren zodat het loze
versdelen blijven waarover men niet naar huis schrijft dan al-
leen als men thuis flink op zijn vlees heeft gehad met handen
wel zo groot als kanaalschepen.

Heus, een brave literaire brief zelfs die men al wijlend direct
zal willen vergeten is een mogelijkheid waarmee als gemak-
kelijke en minst gevaarlijke keus hier wil aangevangen door-
middel van een gedicht dat een stevig tijdje geleden is ge-
produceerd naar aanleiding van het zien van het tafereel in
het gedicht beschreven, en dat in het Stedelijk Museum te
Den Haag mocht worden aanschouwd tijdens een Mondriaan-
tentoonstelling alwaar ook, zij het bezijden, dit schilderij van
Van Gogh hing:

Getimage

Het gedicht luidt als volgt:

Rondgang van gevangenen

(bij "De gevangenpoort" van Van Gogh)

kijk, ze wees geschokt naar
't groene schilderij alsof ze iets
herkende

nors, niet kijkend en geklonken
aan de stok wist hij het al
bekende

schuifelde stug voort langs
het prachtig beeld 't stond hem
tegen

met laatste krachten bij
bekenden op bezoek en zeker
niet genegen

te kijken naar het doek waarin
het wezen van hun echt zo... zo
werd beschreven

met geschuifel en het stokgetik
kwam zwaar zijn brom van gewoon
maar verder leven


Een woordbeeld mag men toch zeggen waarvan kan gesteld dat
hij, gelegd op willige ogen, goede handel vermag te zijn mits er
donsmatig gedonder achter die wilogen van de lezer zal plaats-
hebben door het besef bijvoorbeeld dat het gewoon maar verder
leven uit het gedicht even niet gold voor van Gogh en er na zo'n
besef in regenende pijpenstelen danig al de grond tussen al de
voeten wordt weggeslagen met de groeiende behoefte voor een
vluchttijdje een zonmachtige duik in een lief poëtisch zaadbakje
te willen doen waarin zeg maar lelietjes-van-dalen groeien tot in
het hoogste hoogblauw zonder een teug van dat gevaarlijk wonen
waarin genoemd schilderij als kijkding hangt:

Lief gedicht, wij

krasgeel maanlicht giebelt inslagkraters

dun in halfslaap wij
naast schroomland

de pijn uitstekend op de zomer ingesteld

fraai gezonde vissen
spugen water lichter

lucht

in vroege longen

fris kristallen bol heus achterop wat
scooter om de reis van hot op her
ook en vooral niet terug naar huis

in zeven sloten dertien ongelukken wereldrijk
van wit en speelgoed waar geen vogelspin op wilde hond
want zoete lagen in versierde klok aan onbeholpen tijd

aanbevolen ticketlijn: vrije markt van tegendruppels
pakken vlies wat wattenworp en vooral ook fröbeltech

lekker dit terrasje
zoveel uitzicht ook

hopla zoef en meubels

sold oud?
sold oud?

haar alleen nog dansbelevenis in wolken
nagalm van de zee
om niet op tijd te hoeven voor het laatjournaal



Nu ja, om het literaire als extra uitroepteken dit versje nog:


Verliefd


je lach
je lopen
en bewegen

je ogen
je stem
van helder glas

als een heldere
hemel
bij zware regen

schoon je
in mij
de laatste kras


Dat direct naar de wereld van roze albummetjes verwezen kan
worden wil men echt node eens rechtgeaard masochistisch met
de blote voeten in de korrels modder van het huidige van info-
tikkende tijdperkje rondsoppen.

22 augustus 2009

Tafelbeelden (4)

Kl_bew_p7246767
SAGE                             Het blote beginnen                              2009

De titel van dit werk is schaamteloos ontleend aan een gedicht
uit de bundel Hartswedervaren (2000) van Dirk van Bastelaere.
 

21 augustus 2009

Dit werk van SAGE te zien op




Bram Roza Festival 2009



Hink_stap_sprong_aarde_hemel
                        hinkel stap sprong aarde hemel



                  

20 augustus 2009

Brief (reserve, dus nr 65,5) uit Schiedam

Geachte,


Het klinkt misschien raar, maar ik begon me waarlijk zorgen te
maken vanmorgen in de eerste tien minuten van toetsbeklim-
ming geen enkel vers te hebben gemaakt. Bang al werd ik dat
de rijke bron tot op de bodem door mij was leeggetrokken, de
muzen kwalijk huilend aan de rand, weeklagend over het feit
dat de wereld allerhande aan verzende tekst zou moeten mis-
sen die ze danig te node behoeft ter mooie schaafronding van
haar weliswaar onverschillige maar toch gevoelige huid waarvan
dichters de kloppende zenuwen naar behoren hebben bloot te
leggen, weliswaar voorzichtig en secuur als aaiden ze een poes
met een vacht vol alarmbellen bellend naar klauwpoten die, al-
doende gealameerd, heus ook dodelijk kunnen zijn maar zeker
altijd wel een fikse schrijn willen veroorzaken zodat...

Een nieuw gedicht dus.

Dat ik u overigens hier niet direct ga leveren daar die huilmuzen het
zo hevig verlangd hebben aan hun bron dat er wat voorbeschouwing
aan vooraf moet gaan. Bijvoorbeeld in de vorm van een vraag en ant-
woordtekst zodat er niet gestecheld hoeft over de kwaliteit van het te
leveren gedicht dat in de nabijheid van zulk een muzentranenbad is
geschreven. Een vraag en antwoordtekst waarvan de eerste vraag
zou kunnen zijn: Kunt u het raam dicht doen? Het antwoord daarop
kan wellicht luiden: Een wat lastige vraag bij het openstaan van tien
ramen in deze ruimte. Hoezo? is geheel naar logica dan de tweede
vraag van de vragensteller. Waarop het tweede antwoord als volgt te
formuleren valt: Het feit dat u de vraag nogal in het enkelvoud stelt
terwijl er tien ramen zich hier in deze aan ons zichtbare ruimte be-
vinden brengt mij in opperste verwarring u zo serieus te nemen dat
ik inderdaad ertoe over zal gaan een van die tien ramen te sluiten
om aan uw voor mij toch wat vreemde vraag te voldoen, want negen
openstaande ramen zullen het effect van een door mij, op uw ver-
zoek, gesloten raam teniet doen ook al is er dan visueel wel het een
en ander veranderd. Hoe moet ik dat nu begrijpen? zo zal de derde
vraag van de vrager luiden, een vraag waarbij noodnodig direct de
uitbreidende verklaring gegeven dient dat tien tegen negen ramen
open wel degelijk een verschil maakt ook al is die miniem. Waarom,
zo luidt aldus het derde antwoord en tevens vraag, zal ik me inspan-
nen voor zo'n miniem verschil? De vierde vraag nu van de vragen-
steller die door de veranderde situatie van vragensteller tot ant-
woorder gebombardeerd werd moet hierdoor een antwoord worden
waar de vragensteller in deze situatie niet op heeft gerekend zodat
het antwoord zich wat klungelig laat uiten in deze woorden gegeven:
Elke inspanning schuift heus ramen tot gesloten kozijnen, toch????
Door dit laatste woordje 'toch' sneaky aan het antwoord te plakken
en ook nog eens met wat vraagtekens te bekleden is het antwoord
toch nog listig naar een vraag geklommen waarop de antwoorder die
zich als vragensteller ontpopte zich nu weer tot antwoorder gedegra-
deerd weet en bij zulke wending het als vraag verpakte antwoord
danig verkeerd interpreteert en antwoordt dat kozijnen weliswaar bij
de ramen horen maar dat die als zodanig ff niet gesloten kunnen
worden door welke buitenissige inspanning dan ook. De tot plots
gebombaarde antwoorder, door de eerder door hem zo graag af-
gedwongen antwoord weer tot vragensteller geworden, raakt hier-
van zo in in goede doen dat hij niet eens heel ver hoeft te zoeken
naar een nieuwe vraag die een afleidingsmanouvre inhoudt waarvan
zelfs de muzen aan hun bron gesticuleerd in de war zouden zijn ge-
raakt hadden ze dit vraag en antwoordgesprek gevolgd. Echter te
druk met wenen deden ze dit niet zodat die nieuwe vraag heus met
alle gemak gemunt kan worden als een antwoord inhoudende dat
raam en kozijn als geheel tot een gesloten eenheid zich kunnen
vormen deed de antwoorder van deze vraag/antwoordtekst verdom-
me gewoon even wat hem gevraagd is zonder dood gemier over het
niet mogelijke waarover hij als mens de kop niet moet breken daar
deze vraag en antwoordtekst zo de fikse kans loopt uit te groeien
tot een rivier waarvan de oevers ver te zoeken zullen zijn waartussen
zelfs het meest brave klotswater geen weg meer weet te vinden naar
bij voorbeeld een poëzie waarmee dat oeverloze heel fiks botst en
zich georganiseerd opgenomen gaat weten in een rivier van verzen
waarvan hieronder het hierboven beloofde vers een ruime vertegen-
woordiger vermag te zijn:


alles wat hoort schreeuwt terug

god god

het is toch allemaal wat hé

dankje maar even geen verhaal

wel 't boerenbestaan
en dat dan als ideaal
het hondt huis in mij
(of toe nou tante
melk nu eens een koe
naast het gemeentehuis van een grote stad
want er is duiding
dat de mussen hier
nu toch echt wel weg)
tussen hectiek van heftruc
en heipaal en al die bomen
en de lucht die maar in de weg staan
ook moedereend al zal ze
haar kuikens blijven leren


buiten ons en onder het raam
vouwen kinderen vlinders maar

hun vleugels helsen van papier

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Mooi gedicht toch, geachte?

Toegegeven, dat ruime is wellicht wat overdreven.

Maar waarom zal u me daar een potje vreugde voelen over deze
tekst na al dat vraag / antwoord gelamenteer, zeker daar het een
tekst betreft die weliswaar oogt als een gedicht, maar voor u mo-
gelijk ook meer iets weg kan hebben van een zogenaamd feriel
bosje bij elkaar geraapte lodderwoorden waar voor u geen zinnig
iets meer uit lekt dan een dot van onsamenhangend gezang zo
vraagt u zich wellicht af. Een legitiem afvragen, jazeker, geachte!
Waarbij u er zelfs nog een fiks paar extra vragen tegenaan zou
kunnen verzinnen die heus steekhoudend mogen gaan zijn, die
het gedicht na een volledige close reading willen gaan kaken of
kraken, ja er een woestenij van kunnen maken als was er een tof
derde wereldoorlogje overheen gegaan met als beproefd resultaat
een totaal verschroeide aarde, of in dit geval; een totaal afgebrand
vers.

Ik vind dat u dat niet moet doen!

Daarom maar snel naar iets anders. Hoewel, zo blijven we toch nog
bij het dichten, want Pegasus, is dat niet het rijdier van de dichters?:


Kl_bew_p2153902_schiedam_15_feb_08
SAGE                            Vurige Pegasus                                   2008                              


En heus, ook wil ik het , bij veel vraag, wel een keer over voetbal heb-
ben. Wel met opnamemogelijkheden! Wat natuurlijk niets zegt over
mij persoonlijk. Uit dit alles mag hooguit gewoeld dat er... Geen idee
eigenlijk, maar inmiddels is er schön wel weer een briefke volgetoetst.

Voor de eeuwigheid natuurlijk!